Veiligheid

Schietsport begint met 'veiligheid'.
Veiligheid moet een constante zorg zijn, dat voornamelijk voorzichtigheid en gezond verstand vergt.
Het naleven van enkele simpele basisregels zorgt ervoor dat de schietsport één van de veiligste sporten is ... Laten we dit zo houden !

De veilige sportschutter moet rekening houden met :

  • de wettelijke bepalingen;
  • de clubreglementen;
  • de wedstrijdreglementen;
  • onvoorzichtigheid van hemzelf en derden;
  • nieuwsgierigheid van hemzelf en derden;
  • veilig opbergen van wapens en munitie;
  • veilig transport.

Houd a.u.b. rekening met onderstaande regels en tips !
Zo houden we onze sport veilig voor iedereen ...
Wapens zijn geen speelgoed !

1. Algemeen

  • Handel steeds in de veronderstelling dat het wapen geladen is, en dat het een kogel kan afvuren;
  • Richt nooit een wapen naar iemand, zelfs indien het wapen ontladen of geneutraliseerd is;
  • Hou de loop altijd in een veilige richting. Onder 'veilige richting' wordt verstaan : een richting die, in geval van een onvrijwillig schot, geen lichamelijke letsels en zo weinig mogelijk stoffelijke schade zal veroorzaken;
  • Bij het ter hand nemen van een wapen plaatst men nooit de vinger op de trekker, maar ernaast (bv. op de trekkerbeugel);
  • Laat uw wapens nooit geladen of met de lader erin, ook al is hij (denkt u) leeg, achter;
  • Laat nooit iemand zonder uw toestemming aan uw wapens komen en in uw afwezigheid;
  • Laat geen onbevoegde en/of ondeskundigen aan uw wapens komen;
  • Kom nooit aan een wapen dat niet van u is, behalve indien de eigenaar aanwezig is en zijn toelating heeft gegeven;
  • Na elke schietbeurt onmiddellijk wapen ontladen en veilig opbergen;
  • Bij elke manipulatie van het wapen moet worden nagezien of het wapen ontladen is: bij het aannemen, het geven, het opbergen, het reinigen, het inpakken, het uitpakken;
  • Luchtdrukwapens zijn ook wapens;
  • Om een wapen te laden zijn drie voorwaarden nodig : u bent op de vuurlijn van de schietstand, u bent gereed om te schieten, u hebt de toelating om te schieten.

2. Veiligheid thuis

2.1 Opbergen
Wapens moeten steeds ontladen worden opgeborgen; dit wil zeggen : zonder munitie in de loop en zonder lader.
Wapens en munitie moeten steeds apart en in een gesloten ruimte worden opgeslagen.

2.2 Reinigen
Eerst en vooral moet er gekeken worden of er geen munitie in het wapen zit.
Reinig steeds een wapen op een passende plaats, zonder toeschouwers en zonder afleiding.
Demonteer en monteer enkel gekende wapens.

2.3 Droogschieten
Steeds controleren of het wapen ontladen is.
Droogschieten gebeurt steeds op een veilige plaats.
De veiligheidsprocedure steeds blijven volgen, ook al ben je overtuigd dat het wapen ontladen is.

3. Verplaatsingen

Als sportschutter hebben wij geen wapendrachtvergunning.
Per wapen hebben wij een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen.
Dit impliceert dat wij onder strikte voorwaarden een wapen mogen hanteren en verplaatsen.

Deze strikte voorwaarden zijn :

  • Enkel de verplaatsingen woning/schietstand of woning/wapenhandel zijn toegestaan.
  • Maak geen omwegen en stop niet voor boodschappen, pintje te drinken,…
  • Laat uw wapens nooit achter in de wagen.
  • Vervoer uw wapen ongeladen en discreet. Draag er steeds zorg voor dat er ofwel een trekkerslot is bevestigd, de lader uit het wapen is en dat je het wapen in een gesloten koffer plaatst. Munitie en wapens moeten steeds apart verpakt en vervoerd worden.
  • Steeds de nodige vergunningen bij hebben.

4. In de club

  • Het aanwezigheidsregister invullen !
  • De wapens onmiddellijk in de wapenkamer plaatsen.
  • Geen 'zwarte' of verboden wapens in de club.
  • Neem aandacht en volg de veiligheidsvoorschriften zoals : bel, lampen, baancommissarissen, scheidsrechters, …
  • Wapens manipuleren, in– of uitpakken mag nooit wanneer de veiligheidslamp brandt, de bel gaat of wanneer er iemand zich op de schietstand bevindt.
  • Wapens onmiddellijk ontladen wanneer er een veiligheidssignaal gaat of wanneer een scheidsrechter of een andere schutter het vuren stopzet.
  • Wapens als laatste element uitpakken, als eerste element inpakken.
  • Pak slechts één wapen uit. Kontroleer of het ontladen is.
  • Vinger steeds weg van de trekker, behalve als je echt gaat schieten.
  • Een veilig wapen op de stand is:
  • bij revolver : trommel gekanteld, kamers en loop leeg;
  • bij pistool : lader uit, lader leeg, kamer leeg en sluitstuk open
  • Bescherm oren en ogen.
  • Onverpakte wapens mogen niet van schietbaan naar schietbaan verplaatst worden.
  • In de schietstand is het bij wet verboden te roken.

5. Opmerkingen

5.1 Handleiding van de fabrikant
Het is steeds raadzaam om de handleiding grondig te lezen, zodat we de werking van het wapen leren. Ook qua veiligheid staan er nuttige tips in.

5.2 Ketser
Een ketser is een patroon dat zich in de kamer bevindt en dat nadat men de trekker heeft overhaald, niet afgaat. Het schot blijft uit.
Blijf het wapen vasthouden en richt het in een veilige richting.
Wacht een twintigtal seconden alvorens het wapen te ontladen.
Daarna kan eventueel de oorzaak van de hapering gezocht worden.
Let op: bij vochtige, oude of defekte munitie kan de ontploffing met vertraging plaatsvinden.

5.3 Zwak schot
Wat moet je doen wanneer je de indruk hebt dat een kogel te zwak is, bijvoorbeeld omdat de knal of de terugslag lichter dan gewoonlijk is of schijnt?
Staak het vuren onmiddellijk. Bij het volgend schot zouden zowel de schutter als het wapen in de problemen kunnen komen.
Inderdaad, het zou kunnen dat de afgevuurde kogel nog in de loop steekt. Bij een volgend schot zou de loop onherroepelijk beschadigd worden. De schutter riskeert ernstige verwondingen aan handen en aangezicht indien het wapen of de loop barst.
Klassiek geval is wanneer een patroon ten gevolge van een productiefout of slecht herladen, geen kruit bevat : het ontploffen van het slaghoedje is voldoende om de kogel in de loop te jagen, maar niet om de kogel eruit te schieten. De kogel zit dus klem in de loop.
Na een zwak schot moet men het wapen ontladen en veilig stellen, om dan na te kijken of de loop vrij is.

5.4 Mechanische veiligheid
Vele vuurwapens bezitten standaard een veiligheidssysteem, zoals : veiligheidspal, laderveiligheid, veiligheidsgreep.
Als schutter geldt maar één regel : deze systemen mogen gebruikt worden na een visuele kontrole van de schutter zelf.

5.5. Munitie
Gebruik enkel kwaliteitsmunitie waarvan de specificaties passen bij het wapen.